De lak werd vermengd met klei, slik, boombast en droge bladeren. IJzeroxides en ook cinnaber (een mineraal) geven de lak de zwarte of dieprode kleur. Een lakdecorateur brengt de lak steeds in een dun laagje op om het na drogen telkens te polijsten. Lakken is daarom een arbeidsintensief en ook vroeger al zeer kostbaar proces. In China wordt lak zeer gewaardeerd door de glanzende uitstraling. Lakwerk wordt nog steeds in zowel Japan als China gemaakt.
Door de langdurige en nauwgezette bewerking kreeg het voorwerp een intense diepe gloed een prachtig glanzende diepe zwartlak. De zachte matte en zijdeachtige gloed van een oppervlak, meestal zwart, was echter te danken aan het bewerken en polijsten met een nogal harde borstel met hertshoorn poeder. Anders dan bij het Chinees lakken is, bij de Japanse methode de delen die niet meteen zichtbaar waren toch netjes afgewerkt. Bij het Chinees lakken werden deze ruw en grof gelaten. (Bron: Wikipedia)
































